Zwinger vom  Weiner Drachen (INT)

Züchtstätte für Deutsche Schäferhunde Leistung Langstockhaar im SV (FCI)

Degeneratieve Myelopathie

Wat is Degeneratieve Myelopathie?
Degeneratieve Myelopathie (DM) is een wijd verspreide en fatale neuro-degeneratieve ziekte die voorkomt bij verschillende hondenrassen. De eerste typische verschijnselen zoals ataxie en spasmen kan men al zien met 5 jaar.  Maar vaak treed het pas op oudere leeftijd op.  Daarna nemen de klinische symptomen toe. Spierproblemen, slepende achterpoten, wankelende bewegingen enz. Duidelijk zichtbaar zijn de neurologische problemen. Deze worden steeds erger tot de hond niet meer lopen kan. Pijnlijk is de ziekte niet. Men kan Duitse herders testen of ze aan DM ziek kunnen worden of niet. Dit kan via bloed of speeksel (DNA).

De DM test is beschikbaar voor alle rassen, en wordt speciaal aanbevolen voor o.a. Rhodesian Ridgebacks, Boxers, Standaard Poedels en Duitse Herders.


Volgende uitslagen  zijn mogelijk:
Normaal (N/N)
Deze hond is homozygoot N/N, met twee normale kopieen van het gen. Deze hond kan alleen het normale gen aan zijn nakomelingen doorgeven, en het is onwaarschijnlijk dat deze hond of zijn nakomelingen ooit DM zullen krijgen.
Drager (A/N)
Deze hond is heterozygoot A/N, met een gemuteerde en een normale kopie van het gen, en wordt geclassificeerd als drager. Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is dat deze hond ooit DM zal krijgen, kan deze hond zowel het normale als het gemuteerde gen aan zijn nakomelingen doorgeven.Deze honden mogen alleen aangepaard worden met honden die N/N  (vrij) zijn.
Lijder (A/A)
Deze hond is homozygoot A/A, met twee gemuteerde kopieen van het gen, en loopt het gevaar DM te krijgen. Honden getest als 'in gevaar'(A/A) kunnen alleen het gemuteerde gen aan hun nakomelingen doorgeven. Deze honden kunnen alleen aangepaard worden N/N (vrije) honden. Dan krijgt men alleen dragers en in geen geval zieke honden. Zo hoeft men goed genetisch materiaal niet uit te sluiten voor de fok. Honden die Lijder zijn kunnen wel ziek worden.

"Men hoeft geen honden uit te sluiten voor de fokkerij, mits men beide ouders test en 1 van de ouders DM vrij is". 

Men hoeft dus geen honden uit te sluiten voor de fok die niet vrij zijn. Belangrijk is een drager of een lijder altijd aan te paren met een "vrije" hond. Op die manier worden er geen lijders op de wereld gezet en hoeft genetisch goed materiaal niet verloren te gaan door DM. Alleen zijn bepaalde combinaties niet mogelijk.  Als meerdere fokkers hier zo mee omgaan is DM al gauw geen probleem meer in de Duitse herder fokkerij. 

Daar DM vrij veel voorkomt is het niet mogelijk alleen "vrije"honden in te zetten daarmee zou erg veel goed genetisch materiaal verloren gaan waardoor inteelt weer meer gaat spelen en er op die manier weer andere problemen kunnen ontstaan. Door hier verantwoord mee om te gaan kan je zo fokken dat er geen "lijders" meer geboren worden. Uit testen is bekend geworden dat ruim 50% van de Duitse herders niet vrij zijn. Dat is erg schrikbarend vooral als je bedenkt hoeveel ongeteste nesten gefokt worden op jaarbasis en dat drager x drager al een deel zieke honden kan voortbrengen.


Hoe kan men testen.

In Nederland kan met door een dierenarts bloed laten opsturen naar het "van Haeringen laboratorium"  dit kan ook middels een swab. (Speeksel van de binnenkant van de wang). Deze swaps kan men aanvragen. De kosten van een DM test zitten rond de 45 euro excl. eventuele dierenartskosten voor het bloed afnemen. Imiddels kan men direct bij van Haringen de test laten doen of bij het partnerlab Laboklin wat duurder is. 

Link van Häringen Laboratorium

In Duitsland kan men bij de dierenarts bloed afnemen en laten opsturen naar Laboklin. Prijs is ca. 90 euro. 


Stichtingen:
In Nederland is er een stichting opgericht waar men DM geteste honden kan aanmelden. Dit kan een goed naslagwerk worden voor fokkers om te kijken welke honden en lijnen DM vrij zijn en welke niet of DM zouden kunnen dragen. Helaas willen veel fokkers hieraan nog niet hun medewerking verlenen. Ook onze honden zijn geregistreerd bij deze stichting.
Ook in Duitsland word er steeds meer aandacht aan gegeven. Ook hier is een database in het leven geroepen door  Constanze Rähse van het blad DSH Spezial.

Keratitis (Pannus)

Keratitis ook wel Pannus genoemd is een aandoening van het hoornvlies (Cornea). Het word ook wel Keratitis Vasculosa et Pigmentosa of Chroni superficial Keratitis (CSK) genoemd. 

Deze chronische oogziekte komt vooral voor bij Duitse en Belgische herders en verwante rassen en kruisingen. Ook bij de husky, border collie, greyhound en de teckel komt het wel eens voor.

Wat zijn de symptomen:

  • Het eerste stadium is de pannus tenuis: er is een witte waas, vooral in het laterale deel van het hoornvlies (dit is het deel van het hoornvlies tegenovergesteld aan de neuskant). Het witte is het gevolg van het infiltreren van cellen.
  • In het tweede stadium, pannus vasculosus, groeien er ook bloedvaten in het hoornvlies. Ook een beetje pigment, donkerbruin tot zwart, migreert in het hoornvlies.
  • Het derde stadium, pannus en epaulette, wordt gekenmerkt door een verheven roos weefsel, (fibrovasculair weefsel) in het hoornvlies, vergezeld van pigment.
  • Het laatste stadium tenslotte, is pannus siccus. Dan treedt er vooral littekenvorming op. Blindheid is mogelijk als veel pigment en littekenweefsel het hoornvlies volledig ondoorzichtig maken.

Het komt voor aan beide ogen maar hoeft niet aan beide ogen in het zelfde stadium te zijn. 

Pannus komt even vaak voor bij reuen als bij teven. De leeftijd van voorkomen varieert tussen 3 en 6 jaar, soms zelfs pas op 9 jarige leeftijd

Het betreft een immuun-gemedieerde aandoening en UV licht zou een rol spelen bij het ontstaan van dit hoornvlies probleem. Ook het leven op grote hoogtes kan de aandoening duidelijk doen toenemen

Pannus kan niet definitief genezen worden , maar wel onder controle gehouden worden. Na oogonderzoek door de dierenarts, die controleert of het hoornvlies niet positief kleurt na fluoresceïne, kan gestart worden met oogzalven of –druppels, die cortisone bevatten. Soms wordt er ook een depootje cortisone onder het slijmvlies van de oogbol gespoten. Bestraling en bevriezing zijn andere mogelijkheden. Als het hoornvlies compleet ondoorzichtig geworden is, dan helpt alleen nog het chirurgisch weghalen van het buitenste deel van het hoornvlies. Snel nadien moet echter weer opnieuw met een lokale behandeling herbegonnen worden.

Sinds een paar jaar is er een nieuw product op de markt. Met de werkzame stof Ciclosporine. Deze zorgt voor een betere weerstand van het oog en is langdurig beter werkzaam als de cortison bevattende zalven. Ook het regelmatig spoelen van de ogen doet zichtbaar goed. Stof en zand in de zomermaanden is erg onaangenaam in het al pijnlijke oog. 

Deze zalven zijn verkrijgbaar onder de naam Optimmune, Cylomune Eyedrops, Visiocare Ointment, Opticare Ointment enz. 

Eens dat de aandoening onder controle is wordt 4 x per jaar  oogonderzoek aangeraden.

Plasmomas

Bij sommige honden zien we gelijktijdig met pannus ook een pigmentverlies van de vrije rand van het derde ooglid. Hierbij treedt ook een rozige-purperachtige verdikking op van dezelfde vrije rand. Deze aandoening wordt ook plasmacellulaire conjunctivitis genoemd. Plasmoma kan als enige afwijking voorkomen, zonder dat het hoornvlies aangetast is.

De behandeling is dezelfde als hierboven beschreven is.

Ellebogen Dysplasie

Ellebogen dysplasie (ED)

Een veel voorkomen orthopedisch probleem bij de grotere hondenrassen zoals Duitse herders.

Het is een groeistoornis van het ellebooggewricht. Deze komt op jonge leeftijd voor en veroorzaakt kreupelheid.

Er zijn 4 verschillende vormen van ED maar bij de Duitse herder zie je meestal het Los Processus Anconeus of te wel LPA. Er treedt als het ware bij de verbening een verval op van het kraakbeen waardoor de processus anconeus loslaat. Vaak ontstaat artritis hierdoor. Ook hier geld hetzelfde als voor HD qua bestrijding, eisen en voorkomen van.

Heupdysplasie

Heupdysplasie bij Duitse herders

Heupdysplasie is nog altijd een veel voorkomend probleem bij o.a. de Duitse Herders. Gelukkig is er met keurfok maar een relatief kleine kans op HD. Helaas zijn er nog veel vooroordelen over dat veel Duitse herders HD hebben omdat ze zo schuin gebouwd zijn enz.

HD komt vrij veel voor bij honden die geboren worden op de boer of mensen die het leuk vinden om hun hond die niet uit keurfok komt te laten dekken. Of er wordt maar één aangekeurd ouderdier gebruikt. Hierdoor uiterlijk een Duitse herder maar qua gezondheid geen garantie voor goede heupen. Helaas denken veel mensen hierdoor dat alle Duitse herders slecht zijn.

Door een hond uit keurfok te nemen is de kans op HD klein. De fokker doet er het mogelijke aan om gezonde honden te fokken door alleen te fokken met honden die goed zijn bevonden door de rasvereniging en de heupen goed moeten zijn bevonden. Ook voeding en de eerste weken zijn essentieel. Deze verantwoording ligt bij de fokker.

De eigenaar heeft ook een verantwoording in het eerste jaar. Een Duitse herder heeft aanleg als ras voor HD. Bepaalde manieren van houden en voeden kunnen er voor zorgen dat zich een HD ontwikkeld. Hier kan de fokker helaas niks aandoen behalve een goed advies te geven voor het eerste jaar.

Heupdysplasie betekent een misvorming van de heupen. De heupen ontwikkelen zich niet normaal bij de opgroeiende hond waardoor de gewrichten misvormd kunnen worden.

HD wordt veroorzaakt door erfelijke en uitwendige factoren. Elke Duitse herder heeft aanleg voor HD. Door alleen ouderdieren in te zetten die vrij zijn van HD is de kans op HD erg klein. Uitwendige factoren kunnen zijn:

  • Voeding
  • Teveel of te weinig beweging
  • Te veel belasting voor de gewrichten
  • Slechte spierontwikkeling
  • Te snel laten groeien
  • Te zwaar van gewicht

HD is zeer zeker te voorkomen door goede voeding aangepast aan het type hond. De hond niet te snel laten groeien en op het juiste moment over te gaan op volwassen voer. Dit is afhankelijk per hond. Laat de hond niet te dik worden. Gewicht belast de heupen onnodig. Pas op met overbelasten. Laat de hond niet uren rondrennen op jonge leeftijd.  Maar bouw dit op en belast gedoseerd. Ook niet aan de fiets laten lopen voordat de hond 1 jaar oud is.

Bij een goed heupgewricht wordt de gladden ronde kop van het dijbeen door het gewrichtskapsel en de omringende spieren en banden op de plaats gehouden in de kom van het bekken die voldoende diep moet zijn. De dijbeenkop kan daardoor  goed draaien in de bekkenkom. Hierbij moet hij goed aansluiten. Is er teveel speling dan kunnen er misvormingen ontstaan.

Je ziet dan vaak 1 of meerdere van de volgende problemen:

  • Botwoekeringen rond de kop en de kom waardoor er slijtage optreedt van het gewricht.
  • De aansluiting van de kop in de kom kan onvoldoende worden of de kop komt buiten de kom te liggen.
  • De dijbeenkop wordt vlak
  • De bekkenkom wordt ondiep

Het skelet van een pup na de geboorte is zacht en elastisch. Het heupgewricht bestaat uit 4 delen. Het darmbeen, het scheenbeen, het zitbeen en het dijbeen.

Het gewricht is stabiel maar elastisch dit blijft gedurende de groei en daardoor wordt het heupgewricht gevormd. Hierdoor komt de kop diep in de kom te liggen. De stabiliteit is dus afhankelijk van de weke delen bij de jongen hond.

Symptomen van HD:

Meestal op oudere leeftijd zichtbaar maar ook soms op jongere leeftijd.

  • De hond staat vaak koehakkig. Zichtbaar aan de naar binnen gedraaide hakken.
  • Niet willen spelen of mee willen gaan.
  • Kreupel of onregelmatig lopen. Vaak wisselend links en rechts of beide poten.
  • De achterhand zakt door en soms slepen van de achterpoten
  • Slecht uithoudingsvermogen en snel rustpauzes inlassen.
  • Vaak houden de achterpoten de voorpoten niet bij.
  • De achterhand verstijfd
  • Het opstaan gaat moeizamer.

Het is niet zo dat als een Duitse herder één of meerdere symptomen vertoont dat de hond HD heeft. De enige manier om dit vast te stellen is het maken van röntgen foto’s en dan het liefst door een dierenarts die hiermee ervaring heeft en ook officieel mag röntgenen voor de rasvereniging. Daar helaas veel dierenartsen fouten maken bij het beoordelen.

Het röntgenen heeft niet veel zin voordat de hond 1 jaar is of uitgegroeid is. Ook vanaf dan kan men pas officieel de hond laten röntgenen op zo een optimaal beeld te krijgen.

Op latere leeftijd spelen ook de bekkenspieren een grote rol. Dat is ook de reden dat honden met veel bekkenspieren gemiddeld minder aan HD lijden.

 Honden met HD kunnen nog een prima leven lijden maar niet meer als sporthond.  Wat kan men doen voor honden met HD.

  • Gedoseerd fietsen in een rustig tempo om bespiering op te bouwen
  • Zwemmen maar niet in extreem koud water
  • Supplementen die de banden, spieren en botten ondersteunen
  • Homeopathie als pijnbestrijding en opbouw
  • Goede passende voeding
  • Bij kreupelheid pijnbestrijding
  • Een goede tochtvrije van de grond liggende slaapplek

HD en fokken:

Onze honden die gebruikt worden voor de fok zijn allen gecontroleerd op HD en ED net als alle voorouders al over meerdere generaties.

De honden worden geröntgend door dierenartsen die mogen röntgenen voor de rasvereniging. In ons geval de SV in Duitsland. Waar overigens ook vele honden uit NL worden gecontroleerd. Deze foto’s worden opgestuurd naar speciale dierenartsen die deze beoordelen aan hand van richtlijnen. Hier zijn hele strenge eisen aangesteld.

In de uitslag staat of de hond vrij is van HD en ED of in welke mate er een lichte afwijking is en deze hond nog toegestaan is voor de fok of niet.

Welke uitslagen kunnen honden krijgen. (NL/D)

  • HD/A-normal: De hond is röntgenologisch vrij van HD
  • HD Tc/A-Fast Normal: HD overgangsvorm. Op de foto’s zijn geringe veranderingen te zien maar nog goed bevonden voor de fokkerij.
  • HD+/- / Noch zugelassen: HD licht positief maar is nog goed bevonden voor de fokkerij.
  • HD+ De hond is HD positief en er mag niet mee gefokt worden.
  • HD ++ De hond os HD zwaar positief.

 Wij fokken alleen met honden die HD normaal of  fast normaal hebben.

CES    (Cauda Equina Syndroom)

Degeneratieve lumbosacrale stenose

Lumbosacraal wil zeggen de overgang tussen de lendenwervels (lumbale wervels) en de bekkenwervels (sacrale wervels). Als er sprake is van lumbosacrale stenose bedoelt men eigenlijk dat het ruggemergkanaal op die plaats erg veel kleiner is dan normaal.  Door een of andere reden is er druk op het ruggemerg.

Die diameter verkleining kan veroorzaakt zijn door een hernia van de tussenwervelschijf tussen L7 en S1 of door bijvoorbeeld een subluxatie van L7-S1.


Symptomen

De meest voorkomende, en vaak het enige symptoom, is de progressieve scherpe pijn. Pijn thv de lendenstreek. Soms uit zich dat in manken thv de achterhand, één of beide benen. De patient kan ook geleidelijk aan moeilijkheden vertonen met rechtstaan. De hond kan ook plots pijn vertonen na opspringen of na plots recht te hebben gestaan.

De patient gaat meestal kreunen van de pijn als hij wilt rechtstaan. Soms zien we bij patienten dat ze aan hun staart en/of tenen beginnen kauwen en likken en dit ten gevolge van uitstraling naar die extremiteiten.

Diagnose

Aan de hand van de klinische symptomen kunnen we zeker al gaan denken in de richting van lumbosacrale problemen. We moeten er echter zeker van zijn want honden met heupproblemen kunnen soms dezelfde symptomen vertonen. Er is pijn te veroorzaken als we op de lumbosacrale overgang duwen en dit hebben we niet bij heupdysplasie.

Om onze diagnose zeker te zijn moeten we een myelografie doen. Door een contraststof in te spuiten langs het ruggemerg zien we waar en hoeveel druk er is op het ruggemerg thv de lumbosarcrale overgang. Zo kunnen we ook inschatten welke operatie techniek we kunnen toepassen en of dit wel nodig is.

Behandeling
  • medicamenteus

In niet te erge gevallen kunnen we trachten met coricosteroiden (moderin) de zwelling thv het ruggemerg te verminderen. Als nabehandeling geven we dan NSAID’s zoals Rimadyl®.

  • Operatief

In de meeste gevallen moeten we operatief ingrijpen en wordt het dak van de wervel weggenomen waardoor de druk vermindert op het ruggemerg. Met een raspboortje raspen we als het ware het dak van de wervel weg waardoor het ruggemerg komt bloot te liggen.

MDR 1 gen

MDR staat voor Multidrug Resistance. Het MDR1-gen heeft een belangrijke functie in de barrière tussen bloedvaten en hersenweefsel. Bij de gezonde hond worden het hersenweefsel en centrale zenuwstelsel beschermd tegen hoge concentraties van giftige stoffen (zoals geneesmiddelen) die in de bloedbaan circuleren. Bij een aantal rassen werkt deze barrière niet goed door een defect in het MDR1 gen. Dit kan een overgevoeligheidsreactie opleveren bij gebruik van een aantal medicijnen. Honden met een afwijking in het MDR1-gen kunnen neurologische symptomen vertonen wanneer er risico-medicijnen worden toegediend. Ook de Duitse herder is een ras wat hier problemen mee kan hebben.

Al jaren is bekend dat veel Collies (tot wel 70% van de populatie) het MDR1-gen defect hebben. Van meer rassen is bekend dat ook zij het defect in het MDR1-gen kunnen hebben. De afwijking is vastgesteld bij de Australian Cattle Dog, Kelpie, Nova Scotia Duck Tolling retriever (Toller), Pinchers, Collies, Sheepdogs (bijv Sheltie en Bobtail), Schapendoes, windhonden, en herders (oa Australian Shepherd, Duitse herder en Zwitserse Herder). Maar dit geld ook voor kruisingen maar kan ook optreden bij andere rassen.

Van een aantal medicijnen staat vast dat ze problemen kunnen geven bij honden met een MDR1-gen defect. Daarnaast bestaan er een aantal medicijnen waarvan dit vermoed wordt. Onderzoek is nog steeds gaande en de lijst is dan ook niet vaststaand. Momenteel zijn de volgende medicijnen beschreven als risico-middelen bij honden met een MDR1-gen defect: Acepromazine (narcosemiddel), Butorphanol (pijnstiller), Loperamide (diarree-remmer),  Ivermectine, Selamectine en Doramectine (beide anti-parasitaire middelen), een aantal cytostatica (celgroeiremmer, gebruikt bij chemotherapie), Digoxine (hartmedicatie), cyclosporines (remt immuunsysteem en wordt o.a. ingezet tegen jeuk(Atopica®)). Belangrijk is te weten dat anti-parasitaire middelen als ivermectine en selamectine (zoals in Stronghold) in normale dosering niet schadelijk zijn. Deze middelen geven alleen symptomen bij honden met een MDR-gen defect indien in hoge dosering toegediend. Loperamide wordt ook bij mensen vaak gebruikt als diarree-remmer en is vrij verkrijgbaar bij drogist. Eigenaren met een risico-hond worden afgeraden deze middelen te gebruiken.

Doordat het een gendefect is betekent dit dus dat een hond met de aandoening wordt geboren. Deze afwijking erft autosomaal recessief over.  Er zijn 3 mogelijkheden:
1) Uw hond is "vrij" (heeft 2 gezonde genen mee gekregen, 1 van vader en een van moeder). Uw hond zal bij gebruik van de risico-geneesmiddelen geen enkele overgevoeligheidsreactie vertonen en kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.
2) Uw hond is "drager" (1 gezond en 1 defect gen). De hond zal het afwijkende gen aan de helft van zijn nakomelingen doorgeven. Dragers kunnen ook een overgevoeligheidsreactie vertonen op de risico-geneesmiddelen, maar dit hoeft niet.
3) Uw hond is "lijder" (heeft twee defecte genen mee gekregen, een van vader en een van moeder). Lijders geven het defect door aan al hun nakomelingen en vertonen vergiftigingsverschijnselen bij toediening van risico-geneesmiddelen.\

Hypofysaire Dwerggroei

Hypofysaire dwergroei is een steeds vaker voorkomend probleem bij Duitse herders en is een erfelijke ontwikkelingsstoornis van de hypofyse. Er ontstaat een tekort aan belangrijke hormonen. Vaak sterven dwergen al tijdens de dracht of bij de bevalling. 90% van de dwergen sterven al in de eerste week. De overige 10% worden ca. 4 jaar oud. Dwergen worden in het nest al herkend aan de hand van een groeiachterstand die goed te zien is ten opzichte van de nestgenootjes.  Ca. 20% van de Duitse herders zijn drager van dit gen.


De symptomen zijn een pluizige vacht, het achterblijven van de groei, wat na 5 weken steeds duidelijker zichtbaar word, vaak zijn ze veel rustiger en ook ziet men vaak en bol voorhoofd. Het hoofd ziet er vosachtig uit qua vorm met ver uit elkaar staande oren en een spitse snuit met een lichte overbeet. Ze behouden vaak hun puppy vacht.

Symptomen op oudere leeftijd bij Dwerggroei.

  • slecht werkende schildklier
  • ontwikkelingsstoornissen aan de nekwervels met bijbehorende neurologische klachten.
  • puppyachtig gedrag
  • lang aanhoudende puppyvacht.
  • na het verharen kale plekken en treden er huidontstekingen op.
  • chronische lever en nierfalen.
  • mentale achterstand
  • vertraagde sluiting van de groeischijven
  • spierartrofie


Wat is de oorzaak van dwerggroei:

De aandoening heeft een onderontwikkeling van de hypofyse tot gevolg. De hypofyse kan daardoor de hormonen GH, TSH, LH, FSH en prolactine onvoldoende produceren hetgeen grote gevolgen heeft voor de ontwikkeling en het functioneren van de hond.

Hypofysaire dwerggroei is een enkelvoudig recessief overerfbare aandoening. Indien beide ouders drager zijn, dan is 25% dwerg, 50% opnieuw drager, en 25% vrij. Is 1 van beide ouders drager, dan is 50% drager en 50% vrij.  Dwerggroei x Dwerggroei is niet mogelijk daar deze honden problemen hebben met het voortplantingsstelsel.

Doordat de meeste dwergpups in de eerste week sterven kan de afwijking generaties lang ongemerkt doorgegeven worden. Dragers van de afwijking zijn uitsluitend te herkennen door een genetische test.

De faculteit diergeneeskunde doet al bijna 20 jaar onderzoek naar de afwijking. In 2008 is het gelukt om het gen dat dwerggroei veroorzaakt te lokaliseren waardoor een test ontwikkeld kon worden waarmee dragers van de afwijking kunnen worden opgespoord.

Helaas wordt deze test onvoldoende gebruikt. Als vanaf nu alle ouderdieren zouden worden getest, wordt er geen enkele dwerg meer geboren en kan de afwijking binnen 1-2 generaties uit het ras worden gefokt.